Brief aan De Woonplaats nav visitatie

In dit artikel vindt u de complete tekst van de brief aan De Woonplaats naar aanleiding van de visitatie. Deze brief is op 11 september 2020 verzonden.
Geacht bestuur van de Woonplaats,

Dit jaar heeft de periodieke visitatie van De Woonplaats plaatsgevonden.

Ook het Huurdersplatform van De Woonplaats is daarbij betrokken geweest. Het bestuur van het Huurdersplatform meent dat zij u hierbij haar opvatting over deze visitatie niet wil onthouden.

In chronologische volgorde volgen hieronder onze waarnemingen en opvattingen daarover.

1. Als eerste moet genoemd worden dat het huurdersplatform, ondanks daarover gemaakte afspraken in 2011 en 2016, wederom niet betrokken is geweest bij de keuze van het bureau. Dit bespraken we eerder.

2. Het door Bestuur en RvC gekozen bureau was Raeflex b.v. Op de website van Raeflex stond dat de doelstelling van dit bureau was ‘verbetering van de leefbaarheid van dorpen en steden’. Een andere mededeling op hun website was dat, indien een corporatie meerdere huurdersorganisaties heeft, uitsluitend gesproken zou worden met de huurdersorganisatie die de meeste contacten met de corporatie had. Op de door de directie van Raeflex op 27 januari gehouden voorlichtingsbijeenkomst werd door ons gevraagd op welke wijze Raeflex haar doelstelling zou willen bereiken, gegeven het feit dat voor leefbaarheid er in de corporatiewereld juist forse beperkingen zijn, als gevolg van de vele misstanden die hiermee in den lande geweest zijn.

Bovendien vroegen wij ons af hoe we konden bepalen welke van onze acht huurdersorganisaties de meeste contacten met de corporatie had. Gaat ieder bestuur enige tijd de contacten turven? Bovendien vroegen wij ons af hoe deze aanpak te rijmen is met het gegeven dat volgens de methode 6.0 de opvatting van o.a. van de huurdersorganisatie bij de prestatieafspraken met de gemeente worden gevraagd. Bij De Woonplaats is dat namelijk een taak van de diverse bij het platform aangesloten huurdersorganisaties.

Op beide vragen kwam geen antwoord. Na deze bijeenkomst werden deze passages op de website van Raeflex wel verwijderd.

3. Op de genoemde bijeenkomst van 27 januari maakten we voor het eerst bezwaar tegen het voornemen om behalve de opvatting van de diverse huurdersorganisaties, ook de gelegenheid te geven aan individuele
bestuursleden om hun mening over de diverse onderwerpen te geven. Op deze voorlichtingsbijeenkomst werd ook gemeld dat de vragenformulieren ons op maandag 3 februari per e-mail zouden worden toegestuurd, en dat ze dan ingevuld uiterlijk maandag 10 februari moesten worden teruggestuurd.

4. In werkelijkheid werden de betreffende formulieren echter in de loop van woensdag 5 februari verstuurd en ontvangen, maar het inlevermoment bleef gelijk: maandag 10 februari. De standpunten van de besturen van onze acht huurdersorganisaties moesten dus in onredelijk korte tijd verzameld worden. Daar was, na telefonische informatie, volgens onze eigen
visitatiecoördinator, geen bezwaar tegen, omdat immers kon worden volstaan met de mening van afzonderlijke bestuurders.

5. De eigenlijke visitatiebijeenkomst voor de huurders vond plaats op 11 februari 2020. Daar maakten we kennis met de visitatiecommissie.
Opnieuw maakten we bezwaar tegen het vragen van de mening van individuele bestuursleden, in plaats van of samen met de opvattingen van de diverse besturen. Daar had de visitatiecommissie inderdaad kennis van genomen, maar daar zou volgens De Woonplaats toch geen bezwaar tegen zijn.

Het visitatierapport zelf.
6. Hoe de scores van de mening van de huurders, op blz. 44 tot stand zijn gekomen wordt niet vermeld. We herkennen daar in het geheel niet het standpunt van welke van de acht huurdersorganisaties dan ook en zeker niet  van het huurdersplatform in. We vermoeden dat deze scores een mix zijn van standpunten van de besturen, van een onbekend aantal individuele bestuursleden, aangevuld met opmerkingen die op de visitatiebijeenkomst zijn gemaakt. We nemen nadrukkelijk afstand van de scores die de visitatiecommissie als standpunt van de huurders heeft gegeven.

7. Op blz 60 van het rapport wordt gemeld dat de huurdersverenigingen met de
corporatie spreken over beleidszaken. Dat is nu juist nadrukkelijk niet het geval.
Het huurdersplatform spreekt met de corporatie over beleidszaken, terwijl de
huurdersverenigingen overleggen over zaken van plaatselijk belang, met inbegrip van alle zaken m.b.t. de prestatieafspraken met de diverse gemeenten. Het is het zoveelste voorbeeld dat zowel het bureau Raeflex als de visitatiecommissie geen moment begrepen hebben wat de rollen van verschillende huurdersorganisaties bij één corporatie kunnen zijn, en in het bijzonder niet bij De Woonplaats.

8. In het gehele rapport worden de begrippen ‘huurders’ en ‘huurdersorgansatie(s)’ schijnbaar willekeurig door elkaar gebruikt. Juist omdat Raeflex en de visitatiecommissie in de aanpak van de visitatie zo nadrukkelijk de opvatting van zowel individuele huurders als van de huurdersorganisaties wilden hebben, is het gebruik van de twee genoemde begrippen door en naast elkaar opvallend en is het vaak niet duidelijk wat precies bedoeld wordt. Het rapport wordt daardoor op meerdere plaatsen voor ons onleesbaar.

9. Ook in de rest van de tekst staan er mede daardoor teveel onduidelijkheden:

Samenvattend.

1.Het bureau Raeflex en vervolgens de visitatiecommissie, hebben vanaf de start van het proces, niet begrepen hoe in een grotere woningcorporatie en in het bijzonder bij De Woonplaats de opbouw en taakverdeling is, als er meerdere huurdersorganisaties bij de corporatie bestaan.
Bij De Woonplaats zijn er tientallen bewonerscommissies, ressorterend onder zeven huurdersverenigingen (-organisaties), die samenwerken in een centraal huurdersplatform. Dat zijn dus in totaal acht huurdersorganisaties.

2.Bureau Raeflex heeft onvoldoende besef getoond van de bestuurlijke verantwoordelijkheden van de partijen. Door te blijven aandringen op de opvattingen van de diverse bestuursleden wekt men licht de indruk dat men verschillen wil genereren tussen de opvatting van de huurdersorganisaties en hun bestuursleden. De huurders worden naar onze mening vertegenwoordigd door de diverse huurdersorganisaties en door niemand anders, elk voor het eigen verantwoordelijkheidsgebied.

3. Zowel de voorbereiding van zowel Bureau Raeflex als de visitatiecommissie, als de feitelijke uitvoering van de organisatie van de gehele visitatie was slecht. Vooral de extreem korte tijd van enkele dagen die onze acht huurdersorganisaties kregen om tot een standpunt te komen, is zonder twijfel ten koste gegaan van de kwaliteit van de reactie. Nog los van de vraag wat daarvan vervolgens in het rapport terecht is gekomen.

Wij nemen nadrukkelijk afstand van wat over de (standpunten van) huurders(organisaties) van De Woonplaats door de visitatiecommissie is gemeld. We kunnen ons daarin niet herkennen.

Wij hebben er vrede mee, als we dit hoofdstuk afsluiten, en daarna verder overgaan tot de orde van de dag.

We vertrouwen erop dat het constructieve overleg zoals we dat de afgelopen jaren met zowel Bestuur als Raad van Commissarissen van De Woonplaats hebben gehad, op dezelfde voet zal worden voortgezet.

In de gegeven structuur bij de huurdersvertegenwoordiging van De Woonplaats staat het elke bij ons aangesloten huurdersorganisatie vrij om voor hun eigen werkgebied tot een al dan niet gedeeltelijk andere opvatting over het visitatierapport te komen. Het staat ze - wat ons betreft - ook vrij om deze brief ter kennis te brengen van de gemeente met wie zij overleg hebben. Uiteraard bij voorkeur met het tegelijk aangeven, waar hun mening eventueel afwijkt. In voorkomend geval zouden wij daarvan graag een afschrift ontvangen.


Hoogachtend,

Namens vereniging Huurdersplatform de Woonplaats
Mevrouw T. Hollink. (voorzitter)


cc: Bureau Raeflex b.v., Kierkamperweg 17B, 6721 TE Bennekom.
De Stichting Visitatie Woningcorporaties Nederland, Postbus 4077,
3527 KT Utrecht.

HBE, Bastion, ’t Walfort, Dinxperlo, Winterswijk, Zwolle, VHBS.